Hoofdstuk 30:  

Er valt een korte stilte, waarin een vreemde spanning groeit en Clara's maag zich samenknijpt. 
Ze maakt zich nog wat kleiner om zo onzichtbaar mogelijk te zijn. 
'Natuurlijk,' fluistert de jonge vrouw monotoon. 

De houding van de jonge vrouw, die zo schuchter was geweest in Oscars bijzijn, ontpopte zich als vijandig en meedogenloos zodra Clara met haar alleen was. Met zo min mogelijk woorden liet ze Clara weten welke taken ze moest voltooien, maar zinnen als ‘haal water’, ‘doe de was’ en ‘voer de beesten’ waren zulke abstracte opdrachten dat Clara geen idee had hoe ze ze moest uitvoeren.
‘Jij weet niets!’ snauwde de jonge vrouw haar toe, als Clara haar voor de zoveelste keer vragend aankeek.
De belofte dat ze geen vragen mocht stellen, echode door Clara's hoofd terwijl ze zenuwachtig en onzeker de kamer uitliep, met haar lippen op elkaar geperst om ervoor te zorgen dat ze geen enkel geluid maakte dat haar terug zou sturen naar het donker. Hoewel Clara altijd op haar hoede was voor het beest in Oscar, dat ieder moment gewekt kon worden, was haar angst voor deze jonge vrouw nog groter. Ze verfoeide Clara's aanwezigheid, en hoe goed Clara het ook probeerde te doen, in de ogen van de jonge vrouw, die dezelfde naam droeg, deed ze alles verkeerd.
Ze was aangewezen op zichzelf en haar vermogen om grip te krijgen op deze nieuwe wereld waarin ze was beland. Zo onopvallend mogelijk observeerde ze de handelingen van Oscar en de jonge vrouw. Clara verkende de verschillende ruimtes in de boerderij en de stal. Aandachtig bestudeerde ze de voorwerpen die ze tegenkwam. Ze probeerde alle gebruiken te leren kennen, terwijl ze ondertussen zag dat de bladeren aan de bomen langzamerhand van kleur veranderden. De zon leek zijn kracht te verliezen en reikte steeds minder hoog aan de hemel, en de nachten die ze in het donker in de aarde doorbracht, kwamen steeds minder vaak voor. Meer en meer nam Oscar haar mee naar zijn slaapkamer om samen de nacht door te brengen. Clara had er alles voor over om bovengronds te slapen tegen een warm lichaam, tussen de schone lakens van een echt bed, waar ze vroeg in de ochtend zo stilletjes mogelijk uit kon sluipen om bij het raam het gordijn een stukje opzij te schuiven en naar het wonder van de zonsopkomst te kijken.

Clara ontdekte dat de dagen korter werden. Ze merkte de optrekkende kou op. Ze zag de bladeren vallen. De regen, die vervangen werd door sneeuwval die alles wit kleurde, tot de dagen na een tijd weer gingen lengen en Clara verheugd opmerkte dat er piepkleine blaadjes groeiden uit de knoppen aan de kale takken. De zon maakte een steeds grotere boog aan de hemel en verdreef de kou. Eerst door een aangename warmte, die de frisgroene blaadjes lieten uitgroeien en alle bomen weer vol in blad zetten, tot een verzengde hitte het gras geel en de bladeren diep donkergroen kleurde.

Clara aanschouwde iedere verandering met verwondering, terwijl ze ondertussen steeds vaardiger werd in de huishoudelijke taken die ervan haar werden verwacht en de routines waarin ze gedaan moesten worden. Toen ze nog in de aarde zat en Oscar haar af en toe kort mee naar boven nam, had ze fragmentarisch al opgemerkt dat de natuur veranderde. Maar nu ze het grootste gedeelte van de tijd doorbracht in en om de boerderij, zag ze het proces met haar eigen ogen voltrekken. Ze kon zich niet meer herinneren wanneer Oscar haar voor het laatst naar het woekerende gedeelte van de tuin had gebracht om haar op te sluiten onder de vloer van de vervallen schuur. Ze sliep nu alle nachten bij hem, en ze vermeed dat gedeelte van de tuin in de hoop daar nooit meer naar terug te hoeven keren, maar voor de zekerheid bleef ze zich houden aan de regels die Oscar haar had opgelegd. 

Clara had ze niet gebroken, dat wist ze zeker, toen Oscar haar op een zomerse dag zei dat ze met hem mee moest komen. Ze volgde hem over het pad langs de wei en de moestuin, naar de hoge muur van onkruid. Haar maag verzwaarde zich. Haar lichaam schreeuwde dat ze zich om moest draaien en terug moest keren naar de boerderij. Ze negeerde haar innerlijke stem en liep achter hem aan via de smalle doorgang naar het vervallen schuurtje in de tuin.
Moest ze terug? vroeg ze zich in paniek af. Waarom? Wat had ze gedaan?
Oscar opende de schuurdeur, maar voor hij naar binnen stapte, draaide hij zich naar haar om.
Zo snel ze kon richtte ze haar blik naar haar voeten om de angst, die ze voelde om opnieuw opgesloten te worden, niet aan hem te hoeven laten zien.
‘Clara?’ vroeg hij. Zijn stem klonk zacht. Er was niets in hem dat haar alarmeerde dat hij boos was. Maar waarom had hij haar dan meegenomen naar deze plek? Ze begreep er niets van.
‘Kijk mij eens aan,’ zei hij. Nog steeds was er geen spoor van woede op te merken in zijn stem en heel langzaam richtte ze haar blik omhoog tot ze zijn ogen vond. Haar keel voelde dik aan. Tranen duwden achter haar ogen, maar ze duwde ze net zo hard weer terug. Oscar mocht niets merken. Haar zelfbeheersing was het enige waar ze controle over had om de kans te verkleinen dat ze weer werd opgesloten.
‘Ben jij mijn Clara?’
Natuurlijk, dacht ze, en ze knikte met snel opeenvolgende korte knikjes om haar bereidheid aan te geven. Haar blik schoot naar de planken van de vloer die opgestapeld tegen de muur lagen waardoor het luik bereikbaar was.
‘Hoe kan ik dat zeker weten?’ vroeg Oscar.
Snel verplaatste ze haar blik terug naar hem.
‘Ik doe alles,’ zei ze vlug.
‘Alles?’
‘Ja,’ zei ze vastberaden en zonder enige twijfel. Ze had alles wat hij haar had gevraagd al gedaan. Haar tegenwerking had ze lange tijd geleden al in de ban gedaan. Ze was als was in zijn handen. Dat wist hij toch?
‘Dan is dit het moment dat je dat kunt bewijzen.’
Wat moet ik doen? vroeg ze zich in stilte af.
Oscar draaide zich om en liep de schuur in, naar de tafel waar hij iets vanaf pakte en zich terugdraaide naar Clara. In het licht schitterde het glanzende lemmet van het mes dat hij vasthield in zijn hand. Ze slikte. Het was het keukenmes, herkende ze aan de vorm.
‘Kom hier,’ gebood hij haar.
Gespannen voor wat er ging gebeuren, stapte Clara over de drempel de schuur in. Haar hartslag versnelde, terwijl het tegelijkertijd leek alsof de tijd vertraagd werd, terwijl ze hem stap voor stap dichter naderde en vlak voor hem tot stilstand kwam.
Met zijn andere hand pakte hij voorzichtig de punt van het mes vast en draaide het heft naar Clara. Bewegingloos bleef ze voor hem staan. Wat wilde hij van haar? Ze had het mes al honderden keren in de keuken gebruikt om vlees en groente te snijden en aardappels te schillen. De sfeer was te gespannen om te denken dat het om een verzoek zou gaan rondom het bereiden van voedsel. Oscar bracht het te gedragen, maar ze had geen idee wat de bedoeling dan wel was.
‘Neem,’ zei hij, knikkend naar het mes.
Verward strekte ze haar hand uit en nam het mes van hem over. De punt priemend in zijn richting. Hij hield haar blik vast. Met één stevige beweging zou ze het mes naar hem kunnen uitsteken. De punt zou met gemak door zijn kleding glijden, dwars door zijn huid, zijn lijf in. Maar dan?
Ze liet het mes zakken.
Bijna gelijktijdig wendde Oscar zijn blik af. Hij liep naar het luik, hurkte en opende het luik.
Clara's hart zonk in haar schoenen en de paniek raasde door haar zenuwstelsel. Had ze iets verkeerd gedaan? Had ze iets anders moeten doen? Waarom moest ze terug onder de grond? Waarom sloot hij haar opnieuw op? Waarom?
De luide krijs die ontsnapte uit de ruimte onder de schuur, vervaagde in één klap Clara's gedachten.
Oscar daalde de trap af, terwijl het gegil toenam.
Met het mes in haar handen stond Clara ademloos toe te kijken toen de jonge vrouw, van wie Clara een jaar lang de kunst van het huishouden had afgekeken, uit het gat verscheen. Haar haren staken verwilderd alle kanten op, alsof ze ze al tijden niet had geborsteld. Haar jurk was vies, haar handen bloedden, net als haar blote voeten. Overal had ze donkere vlekken, en de angst in haar ogen had Clara nooit eerder bij haar gezien. Hoe lang zat ze hier al opgesloten? vroeg Clara zich af. Lang niet meer bij alle maaltijden was de jonge vrouw aanwezig geweest. Clara kon al een tijd de taken zelfstandig uitvoeren, en ze was niet meer afhankelijk van haar bijzijn en sturing. De rust die het bracht om alleen of samen met Oscar te zijn, had ervoor gezorgd dat ze het als vanzelfsprekend had aangenomen dat de aanwezigheid van de jonge vrouw onvoorspelbaar was geworden. Clara had zich niet afgevraagd waar ze was of of het goed met haar ging, maar nu ze haar zo angstig naast het luik zag staan, schichtig kijkend naar het mes dat Clara in haar handen hield, besefte ze dat deze jonge vrouw hetzelfde gevecht voerde als zij. Het gevecht tegen het donker.
Oscar stapte uit het gat en kwam overeind van de vloer van de schuur. Voor ze kon reageren, greep hij de jonge vrouw bij haar armen en drukte haar met haar rug tegen zijn buik aan.
‘Nu kun je bewijzen dat jij mijn Clara bent,’ zei hij tegen Clara, terwijl de jonge vrouw stribbelde in zijn armen. ‘Laat maar zien wat je ervoor over hebt om mijn enige echte Clara te zijn.’

Praat mee over dit hoofdstuk

In de Facebookgroep van ZIJ WAS CLARA kun je met andere lezers sparren over het verhaal, de personages bespreken en de spanning gezamelijk beleven. Deel je gedachtes en leef met elkaar mee. Het is een unieke ervaring om met z'n allen tegelijk op deze manier een boek te lezen.

 

Alle thrillers van Sietske Scholten zijn op deze manier ontstaan. Bij ieder boek liet ze de lezers over haar schouders meelezen, terwijl zij het boek schreef. De reacties van lezers maakt het schrijven voor haar nog leuker.

©Sietske Scholten. Alle rechten voorbehouden.

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.